Open Monumentendag 2011

Open Monumentendag 2011

Nieuw gebruik – Oud gebouw

Maasdijk – In het Westland vinden we een aantal monumentale gebouwen die multifunctioneel worden gebruikt. Een mooi voorbeeld hiervan is de Oude Kerk op het Wilhelminaplein in Naaldwijk. De gedachte dat een kerkgebouw alleen is bedoeld voor kerkdiensten, is in deze tijd achterhaald en menigeen kan tegenwoordig in een stijlvolle entourage genieten van themabijeenkomsten, film, dans, muziek of een andersoortige onderwerpen die mede recht doen aan gebruik van het monumentale gebouw. Een werkwijze die men ook al een poos toepast in Maasdijk.

 

Verenigingsgebouw “Concordia”

Langs de Maasdijk staat Verenigingsgebouw “Concordia”. Op zich (nog) geen monumentaal gebouw, maar eigenaar de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk is wel in het bezit van een monumentaal secretaire orgel. Hierover later meer, laten we eerst eens naar de – eveneens interessante- oorsprong en geschiedenis van het gebouw kijken.

In november 1924 werd de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden Maasdijk opgericht. Hierbij waren Ds. J.P. de Graaff uit Naaldwijk en de Unie-Kerk (toen Evangelische Kerk) uit ’s-Gravenzande nauw betrokken. De Vereniging startte met 36 leden. Er was nog geen kerkgebouw beschikbaar, maar gelukkig stelde het toenmalige Gemeentebestuur van Naaldwijk de Openbare Lagere School beschikbaar. Hier kon men eenmaal per maand een kerkdienst houden. Op foto 1 ziet u links gebouw “Concordia” en rechts daarvan een woonhuis. Mevrouw Marga Hofman-Bakker licht enthousiast toe wat er zichtbaar is op de foto. “Achter dit woonhuis bevond zich de toenmalige Openbare Lagere School waar de kerkdiensten werden gehouden. Deze school staat er nu niet meer. We hebben het hier over wat de huidige Openbare Lagere School De Schakel is. Deze school bestaat dit jaar 100 jaar. Als je goed kijkt, zie je dat langs de Maasdijk een zandpad liep. Op de Maasdijk zie je een hond lopen. In die tijd kon dat nog. In de verte is één auto zichtbaar, er was nog weinig verkeer.”

 

Van kerkgebouw naar koeienstal

In 1926 kreeg men steeds meer behoefte aan een eigen kerkgebouw. Er werd grond aangekocht aan de Maasdijk 40 en onder leiding van de heer J.P. Hofman werd het gebouw “Concordia” ontworpen. Op 16 november 1927 werd het officieel in gebruik genomen. Echter 15 jaar later moesten de kerkgangers hun gebouw beschikbaar stellen aan de Duitse bezetters die “Concordia” vorderden. De kerkdiensten moesten elders gehouden worden en toenmalig voorzitter de heer G.S. Hofman stelde hiervoor zijn koeienstal ter beschikking. Gelukkig kwam eind 1943 een einde aan deze situatie en konden de Vrijzinnig Hervormden van Maasdijk weer beschikken over hun eigen kerkgebouw. Voor doop-, trouw- en belijdenisdiensten moest men echter tot 1981 uitwijken naar Naaldwijk.

Op 2 juni 1946 werd er een vrouwenvereniging opgericht, die aanvankelijk bij mevrouw Hofman bijeenkwam. In 1960 werd een tweede deel aan het gebouw gerealiseerd. Hier vinden tot op de dag van vandaag bijeenkomsten van diverse aard plaats. In 2011 werd de nieuwbouw van een entree aan de achterzijde van het gebouw en een toiletgroep gerealiseerd, welke werd geopend door burgemeester Van der Tak.

 

Oudste orgel van het Westland

In gebouw “Concordia” bevindt zich een bijzonder monument, namelijk een klein, goed bewaard secretaire orgel (foto 2), gebouwd door Johannes Pieter Künckel in 1802. De kerkgangers kregen steeds meer behoefte aan een eigen orgel om hun gezangen te begeleiden. Er werd besloten over te gaan tot de aankoop van een reeds bestaand secretaire orgel, een klein pijporgel dat zich in een kast bevindt die met deurtjes gesloten kan worden. Dit orgel werd in 1946 door de firma Flentrop geplaatst en wordt nog iedere zondag bespeeld. Het mag zich het oudste orgel van het Westland noemen en is een officieel Rijksmonument. De kast is van mahoniehout en het orgel heeft één klavier. Het bezit geen pedalen en de organist gebruikt zijn voeten om de blaasbalg aan te drijven. De toetsen zijn in ivoor belegd en de registerknoppen met een puntje ivoor. Het pijpwerk is nog origineel en het windkanaal bestaat uit één buis van schapenleer. Dit type orgel heeft vanaf ongeveer 1850 model gestaan voor de latere huisorgels van H. Knipscheer en J.C. in de Maur. Onlangs heeft er nog een ingrijpende restauratie plaatsgevonden waarvoor subsidie is verkregen van monumentenzorg.

 

Klassendag

Ongeveer 65 leerlingen van basisschool Het Kompas bezochten Verenigingsgebouw “Concordia” tijdens de Klassendag. Zij werden in 3 groepen ontvangen en kregen uitleg over het orgel en het gebouw. Hoe is het gebouw ontstaan en welke geschiedenis zit erachter. Ook vertelde architect Frank Stevens over Maasdijk in de Romeinse tijd. De leerlingen hadden het prima naar hun zin en weten nu meer over het Maasdijkse gebouw “Concordia”, een begrip in de Maasdijkse samenleving.

 

’t Vullejaegerskoor

Zoals eerder genoemd heeft gebouw “Concordia” diverse functies. Tijdens de Open Monumentendag trad tweemaal het Strijense “Vullejaegerskoor” in het kerkgebouw op. Een shantykoor met een eigen geschiedenis wat de naamkeuze betreft. Eén van de koorleden werd bereid gevonden de naam te verklaren: “In 1995 traden we met een groep koorleden op tijdens de feestelijkheden rondom 10 eeuwen Strijen. Het koor had nog geen naam. Inwoners van Strijen worden ook wel “vullejagers” genoemd, zoals veel inwoners van plaatsen een specifieke naam hebben in de volksmond. Deze naam dateert uit de tijd dat men nog te paard naar de kerk ging. De kerk in Strijen werd beheerd door een koster. Op een dag was er een veulen losgebroken dat de kerk was ingegaan. De koster moest het weer de kerk uitjagen en vandaar is de naam “Vullejaegers” ontstaan voor Strijenaren. Wij vonden dat een prachtige geuzennaam voor ons koor en hebben die toen gekozen om als Shantykoor mee door het leven te gaan.”

“De Vullejaegers” vermaakten het publiek met liederen als “Mooi is je jonge tijd”, “Hij was een smokkelaar” en “Dan gaan de lichten aan”. Het laatste lied werd ooit gecomponeerd om te zingen voor het Sofia kinderziekenhuis, maar kon door droeve omstandigheden toen geen doorgang vinden. Het koor werd begeleid door twee accordeonisten. De kleding van de koorleden pakt ook terug in de historie van Strijen, maar is sterk vereenvoudigd. Strijenaren liepen vroeger in kleurige fluwelen kleding. Eén van de koorleden heeft er thuis zelfs een hele verzameling van. Voor hun optredens koos het koor het stemmige zwart-wit en een eenvoudig schort en mutsje voor de dames.

19 oktober 2011
By on 18:39

Voorraad van tweede druk van Historisch Drieluik is leeg! Kijk voor de laatste exemplaren in de Westlandse boekhandels.

24 maart 2011
By on 21:58
Westlandse winters van vroeger

23-1-1979 Leliestr

We kregen deze bijzondere foto toegestuurd van mevrouw H. Groenewegen uit Naaldwijk, waarvoor onze hartelijke dank! De foto is gemaakt in de Leliestraat in Naaldwijk. Op de achtergrond ziet u de bushalte aan de Kruisbroekweg en de toenmalige flats in de Perzikenstraat. Helaas stuurde mevrouw Groenewegen verder geen tekst mee, echter de schrijfster van deze rubriek kan zich deze gebeurtenis ook nog als de dag van gisteren herinneren. Vandaar deze keer een ‘eigen’ verhaal.

 

23 Januari 1979. Ik was net 20 jaar en ik ging graag met mijn vrienden uit in het centrum van Naaldwijk. Eerst naar sociëteit 't Tendum in de oude brandweerkazerne tegenover het gemeentehuis (waar nu De Naald staat). En als de soos dichtging om 12 uur 's nachts, dan gingen we nog even naar de Ouwe Droog. Die nacht stapten we naar buiten en bleek het spiegelglad te zijn. Tot mijn stomme verbazing liepen 2 vrienden van ons, alsof er niets aan de hand was, vlot over straat. We begrepen er helemaal niets van en keken of we water zagen branden! Mijn vriend  en ik glibberden over straat.  Wat bleek? Onze vrienden hadden ijzers met puntige haken onder hun schoenen bevestigd die met een elastiek om hun schoenen waren gebonden. Dat was in die tijd een nieuwigheidje. Ze hadden die dingen bij een fietsenmaker gekocht en uit voorzorg meegenomen, toen ze de weersverwachting hadden gehoord. In die tijd was het de gewoonte om een paar dikke gebreide sokken over je schoenen te trekken als het had geijzeld. Het ribbelige breiwerk maakte de zolen van de schoenen stroever, zodat je niet zo gemakkelijk weggleed. Maar die sokken haalden het niet bij het gemak van de ijzers, een moderniteit, die we toen als de wiedeweerga aanschaften… Ik heb die dingen nog jarenlang in huis gehad, maar ze werden natuurlijk slechts zelden gebruikt.

De volgende morgen bleek hóe glad het was door die ijzel. Kinderen en volwassenen konden op straat schaatsen! Wat een ijspret…

© 2011 Tekstbureau Westland


By on 21:51
Westlandse winters van vroeger

23-1-1979 Leliestr

We kregen deze bijzondere foto toegestuurd van mevrouw H. Groenewegen uit Naaldwijk, waarvoor onze hartelijke dank! De foto is gemaakt in de Leliestraat in Naaldwijk. Op de achtergrond ziet u de bushalte aan de Kruisbroekweg en de toenmalige flats in de Perzikenstraat. Helaas stuurde mevrouw Groenewegen verder geen tekst mee, echter de schrijfster van deze rubriek kan zich deze gebeurtenis ook nog als de dag van gisteren herinneren. Vandaar deze keer een ‘eigen’ verhaal.

 

23 Januari 1979. Ik was net 20 jaar en ik ging graag met mijn vrienden uit in het centrum van Naaldwijk. Eerst naar sociëteit 't Tendum in de oude brandweerkazerne tegenover het gemeentehuis (waar nu De Naald staat). En als de soos dichtging om 12 uur 's nachts, dan gingen we nog even naar de Ouwe Droog. Die nacht stapten we naar buiten en bleek het spiegelglad te zijn. Tot mijn stomme verbazing liepen 2 vrienden van ons, alsof er niets aan de hand was, vlot over straat. We begrepen er helemaal niets van en keken of we water zagen branden! Mijn vriend  en ik glibberden over straat.  Wat bleek? Onze vrienden hadden ijzers met puntige haken onder hun schoenen bevestigd die met een elastiek om hun schoenen waren gebonden. Dat was in die tijd een nieuwigheidje. Ze hadden die dingen bij een fietsenmaker gekocht en uit voorzorg meegenomen, toen ze de weersverwachting hadden gehoord. In die tijd was het de gewoonte om een paar dikke gebreide sokken over je schoenen te trekken als het had geijzeld. Het ribbelige breiwerk maakte de zolen van de schoenen stroever, zodat je niet zo gemakkelijk weggleed. Maar die sokken haalden het niet bij het gemak van de ijzers, een moderniteit, die we toen als de wiedeweerga aanschaften… Ik heb die dingen nog jarenlang in huis gehad, maar ze werden natuurlijk slechts zelden gebruikt.

De volgende morgen bleek hóe glad het was door die ijzel. Kinderen en volwassenen konden op straat schaatsen! Wat een ijspret…

© 2011 Tekstbureau Westland


By on 21:51
De kolenhandel (deel 6)

Hoe kom je een brug onderdoor als je voertuig echt te hoog is ?

Het was vlak na de wereldoorlog, in 1946 denk ik. Er kwam voor de schippers plotseling veel werk… erg veel werk zelfs. Er waren toen noemenswaardig nog geen vrachtwagens, dus alles gebeurde met de scheepvaart. De afzet van de veilingen was ineens afhankelijk van de toen aanwezige schippers. Iedereen die maar varen kon, kon gelijk aan het werk.

Er werd veel groente en fruit vervoerd naar de groentenmarkten in o.a Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en nog vele andere steden in de omgeving. De boten gingen afgeladen door het Westland richting Delft allemaal naar het Haantje. Dit was de laagste brug van het Westland. Als je daar onderdoor kon, dan kon je het hele Westland bevaren. De boten waren dan soms te hoog geladen en konden er niet onderdoor. De oorzaak was dat soms het water iets gestegen was en als dit te veel scheelde dan moest er echt opnieuw beladen worden, wat veel tijd vergde. Het gebeurde bij mijn vader en broers soms ook dat ze 5 á 10 cm te hoog waren. Hier was echter een uitgekiende methode voor om er toch onderdoor te komen…

Ze vaarden eerst tot vlak voor de brug om het verschil te meten. Al was dit echt niet meer dan ongeveer 10 cm, dan vaarden ze dik honderd meter achteruit, gaven dan vol gas vooruit, zo hard mogelijk tot vlak voor de brug. Zo’n 5 of 10 meter voor de brug ging de motor dan vol in zijn achteruit en door deze manoeuvre zakte de steven van de boot wel 10 centimeter en gleed de schuit rustig de brug onderdoor, zo de Vliet in, waar je wel vreselijk de tegemoetkomende scheepvaart in de gaten moest houden. Vanaf dat punt ging iedereen zijn eigen richting uit.

Deze welvaart voor de schippers heeft wel enige tijd voortgeduurd, maar toen verkeer per as daarna snel toenam, werd het wel een aflopende zaak.

Het volgende is een ongelooflijk verhaaltje, maar heus gebeurd.

      Winterse  sneeuw in de zomer

Mijn moeder was voor  de winter van 1962/63 naar Australië gegaan, naar mijn zus Truus

(getrouwd met Cor van Haaster van de Boslaan). Ze beleefde er een prachtige vakantie.

De winter van 1962/63 was ook weer zo’n strenge winter in Nederland met heel veel sneeuw. Wij, als kolenboeren zijnde, ruimden meest direct vroeg in de morgen de gevallen sneeuw op. Want als je dat niet deed, dan had je er de gehele dag last van en zo houd je tenminste de poort schoon. Maar op de plek waar we het kolenstof gooiden (brandstof voor de R.K.Kerk), daar lieten we de sneeuw liggen. Wij hadden tamelijk veel kolenstof, doordat wij destijds veel kolen braken. Omdat we toen nog niet de juiste maten konden krijgen, kochten wij de maten enen of nullen (dit zijn maten van ongeveer 10 á 20 cm groot) die wel te verkrijgen waren en die braken we met een breekmachine tot maten die wel veel gevraagd werden. Dat waren drietjes en viertjes. Maar die breekmachine gaf ook wel 10 á 15% kolenstof (breuk). En hij gaf ook veel lawaai… Al dat kolenstof  werd gewoon over de dikke laag sneeuw gestort, misschien wel 1.5 mtr tot 2.00 mtr hoog. Kolenstof schijnt zeer goed te isoleren. Op een zomerdag, het zal eind mei of half juni geweest zijn, werd meestal de R.K. Kerk bevoorraad. Die had een speciale ketel hiervoor. Het gruis was een soort afval en kostte niet veel voor de kerk. Mijn moeder, die                         ondertussen weer terug was uit Autralie, riep ik er bij en ze stond te kijken of ze water zag branden! Ze kon haar ogen niet geloven, want onder die grote hoop kolenstof, kwam warempel in de zomer die dikke laag sneeuw te voorschijn, die hier gevallen was terwijl zij heerlijk lag te zonnen in dat mooie weer in Australië.

29 januari 2010
By on 19:26
De kolenhandel deel 5

Memoires van Theo van der Valk uit Naaldwijk

Kolenhokken

Het is niet te geloven, maar er waren verschillende klanten waar je in het voorjaar het kolenhok niet eerder vol mocht gooien met kolen, nadat ze eerst grondig al het gruis hadden verwijderd, de muurtjes hadden geschrobd, zelfs de muurtjes hadden gewit, ja echt witten met een kwast! En daarna werd de leverancier gebeld, dat het hok weer vol mocht met kolen… Men had hoge en lage kolenhokken. Wat zou je denken als je een hoog kolenhok hebt, dat je tot de nok toe gevuld hebt en je denkt dat je klaar bent. Je wil naar de volgende klant gaan en je hoort dan zachtjes gemauw!! Mevrouw komt hard uit huis hollen en roept met angstige stem: “Hebben jullie aan mijn poesjes gedacht?” Nee natuurlijk niet, daar kijken wij niet naar. Nou echt waar, een nest met jonge poesjes zat helemaal onder die 15 mud kolen! Daar sta je dan… en wat doet je dan om een tevreden klant te houden? Ja juist, we hebben alle kolen er weer uitgeschept, een hels karwei in zo’n klein schuurtje met zo’n klein kolenhok, maar warempel 4 jonge katjes kwamen er weer levend te voorschijn. Dat was dan weer een goede daad verricht.   

Het volgende verhaal is ook het vertellen wel waard. Wat zou jij doen als je een hok tot de nok gevuld hebt, de lege zakken opgeruimd hebt, je centjes heb ontvangen en je staat nog even naast het kolenhok, je hoort het in alle voegen kraken, want het hout is zo versleten als wat? Maakt dan dat je als de sodemieter weg komt! Want je weet zeker dat het niet lang meer duurt of het hele kolenhok stort in mekaar. En wie moet dat dan pro deo opruimen? Als je er nog bent doe je dit om je fantsoen te bewaren, maar als je al weg bent, heb je er niet veel meer mee te maken… en/of je kunt het in rekening brengen.

Menstruatie

Wat heeft dit in hemelsnaam met kolen te maken. Niet veel natuurlijk, maar dat zit zo. Als wij bij de klanten brandstof brachten, vooral bij echtparen die goed in de tienerdochters zaten, kon het dikwijls gebeuren als wij onverwachts achterom in de bergplaats of schuur kwamen, om de kolen te lossen, dat er één of meerdere emmertjes met een niet al te fris uitziende inhoud in de schuur stonden. Wel enigszins in een hoekje. Er was dan weer een maandelijkse periode gaande. Dat waren wij zo zoetjes aan wel gewend. Je keek met een glimlach mekaar aan en ging gewoon verder met je werk. Net doen of je niets zag. Maar het leukste van dit alles was, als we na het eerste vrachtje kolen lossen na een  paar minuten weer kwamen, waren al die emmertjes met katoenen lappen die vroeger gebruikt werden als maandverband plotseling verdwenen. Vanuit het achterraam hadden ze ons natuurlijk gezien en als de weerga, terwijl wij opnieuw kolen haalden, hadden ze de boel verwijderd. Wij deden gewoon of we niets gezien hadden, wij waren dit zo gewend.

Makkelijk of moeilijk

Je zou zo zeggen, kolen wegbrengen, is gewoon werken, maar of je het makkelijk kunt doen of dat het moeilijk moet, is een groot verschil. We zullen beginnen bij de moeilijkst bereikbare klant (bijvoorbeeld de fam.van Lier aan de Groenelaan in Honselersdijk). Deze familie woonde diep verborgen tussen kassen en sloten. Je begon met 6 zakken kolen op een uiverwagentje te zetten, dan 100 meter op een smal pad (let op de sloot), 2 hoge bruggetjes over lopen, waar je mekaar moet helpen er op te trekken en dan weer tegenhouden. Na het eerste bruggetje direct weer linksaf, na het 2e bruggetje direct weer rechts af (je kon dus niet hard rechtdoor lopen) dan weer zo’n 100 meter lopen met die uiverwagen en dan was je eindelijk bij het juiste adres. Maar dan moesten ze nog naar de zolder gebracht worden.Voor dat je daar zo’n 20 mud kolen bezorgd had was je een halve dag verder. Tel uit je winst… Ook bij veel klanten in Den Haag hadden we 3 en soms wel eens 4 trappen te lopen voordat je de bestelling op zijn plaats had.

De gemakkelijkste klanten

Dat waren naar ik meen zo’n 4 of 5 boeren helemaal in de Provincie Utrecht, aan de Kromme Mijdrecht in ‘t dorpje De Hoef. “Hoe kom je daar helemaal verzeild geraakt?,” zou je zeggen. Nu mijn vader was ook schipper en hij haalde daar in de buurt altijd veen. Dan haalde hij bij die boeren dikwijls melk en kaas en zo zijn die connecties ontstaan. We gingen daar ‘s morgens vroeg heen met 2 vrachtwagens tegelijk met zo’n 180 mud kolen. We reden met de volle vracht kolen de stal in vlak naast de kolenhokken en leegden in weinig minuten 180 mud kolen, daarna gingen we weer weg (m’n maatje was meestal Nol But). Bij mooi weer lekker zwemmen in de Kromme Mijdrecht, tegelijk jezelf wassen en daarna noch even vissen. We zorgden er wel voor dat we lekker op tijd thuis kwamen voor de warme prak!

7 februari 2009
By on 18:45
De kolenhandel deel 4

Memoires van Theo van der Valk

Tijdens de nachtmis

Wat ik me ook nog goed kan herinneren… het was meen ik in de strenge winter van 1963. We hadden de hele dag veel gedaan, dan ben je het toch wel spoegzat, vooral op kerstavond, maar ’s avonds, ik meen omstreeks 8 uur, ging ik nog de poort uit met een vracht kolen, terwijl ik de mensen tegenkwam die naar de nachtmis of avondmis gingen. Je kan je klanten toch niet in de kou laten zitten, als er 3 zondagen aankomen. Eer je dan toch weer eens terug bent van je vrachtje en gegeten en gewassen bent, dan is het wel laat in de avond. Ik zal Kerstmorgen de volgende dag niet vroeg naar de H. Mis gegaan zijn, denk ik. Wat het wassen betreft, want je was elke dag pikzwart, de eerste jaren was dat altijd aan het aanrecht in de keuken. Eerst mijn broer Antoon en daarna ik, of ook wel eens andersom. Je ogen wassen deed je met een likje boter, want zeep gebruikt je daar niet voor. We droegen zwart ondergoed, omdat wit ondergoed niet schoon was te krijgen in de wasmachines die toen in de handel waren. Na enige tijd werd er een douchecabine in het pakhuis (waar ook het werkpaard sliep) gebouwd. Een enorme vooruitgang, maar als je er instapte, moesten eerst de ijsbloemen van de muur worden ontdooid, anders was het niet te harden, zo koud was het. Na het wassen moest je alles direct aftappen, anders bevroor de  boel al gauw, want 10 graden vorst was toendertijd heel gewoon. Daarna was het als het woensdag was, snel naar je meisje fietsen in Kwintsheul, ook al was je doodop. Je probeerde er toch nog een gezellige avond aan vast te plakken, natuurlijk niet te laat maken, want de volgende morgen was het weer vroeg dag. Dikwijls stonden we al om 5 uur in de morgen in de kou aan het station kolen te lossen. Meestal had je al een kwartier nodig om je vrachtauto te starten, de meeste keren was het aanslingeren, wat een hels karwei is, vooral als het streng vriest. Dan was het eerst de transportband naar de kolenwagon brengen, dat koude ijzer vroor aan je handen vast en dan proberen om die bevroren deuren van die kolenwagon open zien te krijgen.

28000 kilo kolen in de fik

Wie heeft er ooit 28 ton kolen zien branden? Ik wel. Op een zondagmorgen werd ik al vroeg gebeld door mijn broer Antoon, (die een kitje kolen was gaan halen uit de opslag) of ik snel naar de Stokdijkkade wou komen (Ik woonde zelf in de Frederik Hendrikstr), want de boel stond in de hens. Wat was er namelijk gebeurd? Zaterdag ervoor hadden we een wagon antracieth gelost en omdat het zo hard vroor, zaten die kolen aan de zijwanden van de wagon stevig vastgevroren. Nu kon je wel gaan hakken, maar een snellere en beter methode die we bedachten was, enkele oude droge kolenzakken in de olie dopen, en die  in de trechter van de wagon werpen, aansteken,dan 10 minuten wachten en de zijwanden waren enigszins ontdooid. Maar met het lossen gingen die brandende kolenzakken dikwijls met de lopende band mee de auto op, die dan bij de auto lossen weer mee het kolenhok in gingen. Het toeval deed zich voor dat een van deze zakken is blijven branden en zodoende de hele hoop kolen tot ontbranding bracht. Dit was een prachtgezicht, de hele hoop kolen gaf over de hele oppervlakte een blauwe gloed (kwaliteits kolen geven blauwe vlammen). Het is maar goed dat dit op tijd ontdekt werd. De kolen zelf brandden nog niet, enkel de verdreven gassen brandden, want als het 10 uur later ontdekt was dan was het ene vuurzee geweest, die slecht te blussen was geweest. Nu had de gewaarschuwde brandweer de boel al snel onder controle en na een drankje en een hapje kon deze weer vertrekken. Ik verwachtte de volgende morgen een bevroren ijsmassa te vinden, vanwege de velen tonnen water die de brandweer er overheen had gespoten, en de zeer strenge vorst. Maar tot mijn verbazing was het een hoop kurkdroge kolen, door de restwarmte was al het water verdwenen. Dit maak je echt nooit meer mee. Die winter dat Reinier Paping de elfstedentocht won, is er ook zo één die ik nooit zal vergeten. Dat was op een zaterdag. Het vroor ‘s morgens vroeg minstens 15 graden en er stond een stormachtige wind, zeker windkracht 9 met sneeuw en nog eens sneeuw. Die morgen was ik met broer Adriaan (die schipper was, maar wegens de dichtgevroren sloten niet varen kon en zodoende ons kon helpen) al vroeg in de morgen, het zal wel ongeveer 5 uur geweest zijn, aan het kolen ziften bij het station. Daar hadden we met de Kerstmis de kolenzaak van Jac.Scholtes overgenomen, omdat hij ziek was en niet meer in staat was zijn klanten te bedienen. Je ging gewoon hard door, je gunde je geen tijd om even te rusten, want de klanten zaten te wachten op je. Ik was toen voor het eerst echt helemaal versteend van de kou. We gingen toen even snel bij mijn vrouw in de Frederik Hendrikstraat een bakkie halen en een boterham eten, maar toen ik het warme huis binnenstapte, viel ik direct flauw, zo bevangen was ik van die vreselijke kou. Dit is me echt nog nooit overkomen, maar na enige tijd, misschien een uurtje of zo, was ik weer aardig bijgekomen en gingen we weer verder in die ijzige kou. We gingen de kolen wegbrengen die we klaar hadden gemaakt. Naar elke klant was het zoeken, want een zaak overnemen is wel te doen, maar om dan zomaar al de klanten te vinden was een hele puzzel. Je moest altijd achterom bij de klanten door de besneeuwde poortjes heen en dan proberen de deuren van de schuurtjes open te krijgen, want die zaten meestal half dichtgevroren. Alle klanten zaten naar de TV te kijken naar de elfstedentocht en wij maar ploeteren. Ik zal het nooit vergeten, maar bij een klant, het was ergens in de Julianastraat in Wateringen meen ik, vroeg er een mevrouw aan ons: “Hebben jullie soms trek in een bord snert?” Nou dit was natuurlijk niet tegen dovemansoren gezegd. Nog nooit  en dan ook nooit heeft er een kom soep zo heerlijk gesmaakt als deze. Als ik nu nog wist wie die mevrouw toen was, zou ik haar nu nog een keer gaan bedanken.

Turven halen in Vinkenveen

Het zal winter van 1947 of 1949 wel geweest zijn. Het had toen al voor het St. Nicolaasfeest flink gevroren en er was al flink geschaatst, maar na de Sint kwam er een korte dooiperiode en daar de kolen nog niet volop geleverd konden worden (naar ik meen waren ze nog op de bon) ging mijn vader vlug door het gebroken ijs naar Vinkenveen om een schuit turven te halen. Ik ging toen mee. Alles moest zo snel mogelijk gebeuren, want er werd al weer vorst voorspeld die al snel zou intreden. Na een dag turven tellen, misschien wel 2 dagen, gingen we snel huiswaarts. De reis vlotte aardig door de schotsen op het grote water, maar toen we bij Delft (Het Haantje) aankwamen tegen de avond, het was al donker, toen kwam de narigheid pas. In het smallere vaarwater bij Sion in Den Hoorn. De ijsschotsen zaten hier al weer goed aan elkaar gevroren. De motor moest er hard aan werken, m’n vader ging toen voorop de  plecht staan met een vaarboom en ik moest dan, ook nog zo’n niet te ervaren schipper, achter de hendels en het roer. Vader schreeuwde maar “naar links” en dan weer “naar rechts sturen” om zoveel mogelijk de grote stukken vastgevroren ijs te ontwijken. De temperatuur daalde toen al snel diep onder het vriespunt en wij moesten door, want als je te lang zou wachten, dan kwam je er heus niet meer door en dan zou je de schuit met turven ergens in de polder achter moeten laten. Met misschien een lange vorstperiode op komst zou hij in een zo kort mogelijke tijd leeggeroofd zijn, want er was een vreselijk gebrek aan brandstof toendertijd. Vader bleef ondertussen maar schreeuwen “naar links” dan weer “naar rechts” of eerst weer een stuk achteruit, en dan met volle vaart weer vooruit om het ijs te proberen te breken. Dit was een nacht die ik echt nooit en dan ook nooit zal vergeten.We waren naar ik meen om ’n uur of 5 in de morgen aan de Dijkweg in Honselersdijk bij de Strijplaan. We waren toen zo ongeveer 10 á 12 uur bezig geweest om van Delft naar Honselersdijk te komen. Toen konden we echt niet verder komen, we zaten muurvast, en waren totaal op van vermoeidheid. Ik ben toen naar huis gehold naar de Stokdijkkade. Ik heb mijn sterke broers uit bed getrommeld en die naar de schuit in Honselerdijk gestuurd. Die hebben toen met veel mankracht de schuit met turven voor de kant kunnen krijgen aan de Stokdijkkade, vaders hartje was toen eindelijk gerust, want we hebben toch in de war gezeten, dat we het echt niet zouden halen. Een goede nachtrust (of dagrust) hadden Pa en ik toen wel verdiend. De volgende dag konden we de mensen toen weer helpen aan brandstof. Diezelfde mensen hadden er geen flauw idee van wat een moeite dit allemaal had gekost. (wordt vervolgd)

25 januari 2009
By on 20:43
De kolenhandel deel 3

Memoires van Theo van der Valk

Als de winter vroeg inviel, of er reeds in oktober al flinke nachtvorsten waren en de kwekers hadden nog veel gewassen in de koude kassen staan, dan moest er snel bijgestookt worden om de slaplanten en de chrysanten en andere gewassen vorstvrij te houden. Dit werd dan gedaan in vaten en tonnetjes die met houtskool werden gevuld en met spiritus in brand werden gestoken. Dat bleef lang branden en gloeien en ze gaven veel warmte. Andere brandstoffen konden niet gebruikt worden, vanwege de gassen die ze gaven bij verbranding die schadelijk waren voor de gewassen. Deze dagen waren voor de brandstoffenhandel een gouden tijd, want een behoorlijke kweker gebruikte al gauw zo’n 100 of wel meer zakjes houtskool per 24 uur, met een inhoud van een kwart mud. In die tijd is ook de CO2 dosering ontstaan. De kwekers hadden in de gaten dat de gewassen veel sneller groeiden als  ‘s-nachts die kacheltjes stonden te branden die deze CO2 produceerden. Tevens kwamen de olieploffers (of hoe men ze ook noemde) in die tijd van de grond, omdat het stoken met houtskool op de lange duur te kostbaar werd. Een tijd voor de kolenboeren, als die er nog zijn, om nooit te vergeten.

Het controleren door de overheid voor de juiste maat

Diverse malen ben ik door rijksambtenaren aangehouden om te controleren of mijn zakken kolen die zich op de auto bevonden wel de juiste inhoud hadden. Ze vroegen dan eerst netjes of ik dat wel wilde doen op de plek waar ik me bevond om eventueel bij de te slechte inhoud niet voor schut te staan bij mijn klanten . Ze vroegen of dan ik soms naar een stille plek wilde gaan buiten het dorp. Daar ik als een bekende leverancier wist dat ik niets te vrezen had, liet ik dit dan gebeuren voor de deur van de klant waar ik leverde. Er werd dan een maat te voorschijn gehaald, een tonnetje van

50 liter

(dat was de inhoud van een half mud kolen) en die controleurs wezen dan uit de hele vracht kolen diverse zakken kolen aan, meestal een stuk of 10, die ik in die maat moest gooien. Dat was niet altijd even gemakkelijk, want niet enkel de bovenste, maar soms ook een zak die onderaan stond (ze stonden dikwijls 5 hoog op de vrachtwagen) moesten ze controleren. Dan kon je eerst een gedeelte zakken met kolen opzij zetten voordat je bij de onderste kon komen, maar vrees had ik niet, daar ik zeker was dat de inhoud niets te wensen over liet.

Vuile overhemden bij mijn schoonmoeder

Om nooit te vergeten… Het was een hele strenge winter, het zal wel in 1956 geweest zijn. Ik had die dag een wagon cokes gelost samen met mijn broer Antoon. De vrachtauto waar we dit mee deden was een Austin uit het leger (met nog een schietkoepel bovenop). Als ik me het goed herrinner was het op oudejaarsdag. Het waaide hard en door de droge vrieskou zat de vrachtwagen al snel onder een dikke laag kolenstof. Tegen de avond ging het goed sneeuwen en de vrachtauto was al snel geheel bedekt met een laag sneeuw. Ik mocht toen van mijn vader ‘s avonds met de vrachtauto naar mijn meisje toe in Kwintsheul. Met de fiets was het geen doen zo’n slechte pad was het. Ik zette mijn vrachtauto in de Kerkstraat toen gewoon op de weg, naast het fietspad (moet je nu eens proberen) bij Truus en Bert Gerritsen de IJsvogel en ging een gezellig oud en nieuw vieren bij mijn schoonfamilie in de Hoenderparklaan. Na een zeer geslaagde avond, een potje te hebben gekaart en vele oliebollen verorberd te hebben, ging ik laat in de nacht naar mijn auto toe, maar wat ik ook deed of probeerde, door de gladheid  kreeg ik hem geen centimeter vooruit. Hij bleef maar slippen vanwege de dikke laag sneeuw die er ondertussen was gevallen. Hier moest geduwd worden en mankracht aan te pas komen, dus ging ik terug naar mijn meisje en liet een paar zwagers en ooms optrommelen om mij een duwtje te geven achter die besneeuwde auto. Zo gezegd zo gedaan. Ik achter het stuur en de familie achter de wagen douwen. Het vlotte al snel, ik kwam uit mijn benarde positie en kreeg grip op de weg. Ik zwaaide door het geopende raampje naar de familie en reed weg naar mijn eigen bedje. Niet wetende wat er achter mijn rug voor ellende gebeurd was…

Wat een ramp toen ik de volgende dag (nieuwsjaardag) bij mijn schoonmoeder kwam. Er hing me een onweersbui te wachten, want nadat de familie de avond ervoor mijn wagen had opgeduwd, kwamen ze terug in huis en toen hadden ze pas in de gaten dat alle mooie witte gestreken overhemden pikzwart waren geworden, want onder die dikke laag mooie witte sneeuw, zat toevallig ook nog die dikke laag kolenstof… Nou, ik heb het toen wel geweten! Ik heb het nog jaren moeten horen op oudejaarsavond… (wordt vervolgd)

28 december 2008
By on 21:12
De kolenhandel deel 2

Memoires van Theo van der Valk

’s Zomers sparen voor de winter

Vader werd een dagje ouder, het werken werd een beetje te zwaar. Hij ging daarom op maandagochtenden geld ophalen bij klanten die het hele jaar spaarden voor de komende winter, daar ze niet alles in een keer konden betalen. Een soort winterzorg was dit. Jammer dat hij op 70-jarige leeftijd door een droevig ongeval in Vinkenveen door verdrinking om het leven kwam. Ook broer Wim is jong gestorven, hij werd 63 jaar.

Industriekolen

Naast de huisbrandkolenbranche hadden we ook een behoorlijke omzet in industriekolen voor de kwekers. Ook bij veel winkels bezorgden we de brandstoffen, voor de daar aanwezige ketels. Als het goed winterde, waren de kolen voor de kwekers niet aan te slepen.We hadden verschillende grote kwekers als klant, bijvoorbeeld De Boswoning in Honselersdijk. Daar bezorgden we minstens 500 ton kolen in een seizoen. Ze moesten echter wel allemaal gevaren worden. Dat deden we soms zelf, als we er tijd voor hadden, anders werd het uitbesteed aan de Alblassertjes uit Kwintsheul. De industriekolen die per auto bezorgd werden, moesten eerst gewogen worden. Dat gebeurde bij de Fa. v.d. Bos aan de ’s-Gravenzandseweg. Daar hadden ze een weegbrug, waar veel gebruik van werd gemaakt. Eerst moesten we dan de volle auto wegen en daarna, als hij leeg was, de lege auto wegen. het verschil was dan het juiste gewicht waar de tuinder 2 weegkaartjes van kreeg. (En naderhand vanzelfsprekend de rekening, waar het uiteindelijk toch allemaal wel om ging…)

Sluiting kolenmijnen

Toen minister president De Uil zo hoognodig de kolenmijnen moest sluiten, ging het snel   bergafwaarts met de kolenhandel. De firma van der Valk kon zich enige jaren redden door verschillende andere brandstoffenzaken over te nemen, o.a. de firma Knaap uit Kwintsheul,de zaak van Jac.Scholtes, P.Solleveld uit ‘s-Gravenzande etcetera. Ook is de handel in industriekolen toen snel overgegaan in olie. Door de verenigde kolenboeren is toen de Verolko opgericht, een goed lopende oliegroothandel, waar alle kolenboeren toen lid van werden, maar toen daarna het aardgas kwam, ging het met deze handel ook snel bergafwaarts. Mijn persoontje (Theo) is toen weer op 34-jarige leeftijd naar avondschool gegaan om enigszins nog te redden wat er te redden viel van de zaak. Ik was vroeger een kei in wiskunde, zodoende heb ik gekozen voor een electronica cursus. Dat betekende overdag nog hard werken in de kolen, ‘s-avonds snel wassen en eten, en dan naar Den Haag toe driemaal in de week. Ik slaagde in een jaar tijd voor 2 diploma’s namelijk detailhandel in radio/tv en voor electrowinkelier. Mijn neef Jan, een zoon van mijn overleden broer Wim, was geslaagd voor zijn gasfittersdiploma en al gauw werd er toen aan de Stokdijkkade ruimte gemaakt voor een klein winkeltje, waar op flinke schaal gas- en oliehaarden werden verkocht. (Vele vaste kolenklanten gunden ons wel de verkoop van een gashaard en/of convector). Ook de radio en tv- handel begon toen goed te lopen. Na enige  tijd met een vrije monteur gewerkt te hebben (Dhr. Jaap Dijkhuizen uit Honselersdijk ), werd  er al gauw een vaste monteur(dhr. J.Wessels) in dienst genomen, want hier kan je niet van buiten. De winkel is enige malen flink verbouwd en werd uitgebreid met centrale verwarming, inbouwkeukens en badkamers, die na enige tijd naar de Patijnenburg zijn verhuisd. De afdeling tuinmeubelen werd ook een groot succes. In niet mindere mate was er ook een leuke boterham te verdienen met houtkachels en open haarden. Toen er een flink bod op het pand werd gedaan door een projectontwikkelaar en de grootwinkelbedrijven de kop op kwamen steken, en mijn leeftijd ook een rol ging spelen, is er besloten om met het bedrijf te stoppen. De afdeling huishoudelijke artikelen en alles wat in de keuken thuis hoorde, daar is dochter Marianne mee verder gegaan op het van Tynplein onder de naam “Marianne kookwereld”. (wordt vervolgd)


By on 20:54
De kolenhandel deel 2

Memoires van Theo van der Valk

’s Zomers sparen voor de winter

Vader werd een dagje ouder, het werken werd een beetje te zwaar. Hij ging daarom op maandagochtenden geld ophalen bij klanten die het hele jaar spaarden voor de komende winter, daar ze niet alles in een keer konden betalen. Een soort winterzorg was dit. Jammer dat hij op 70-jarige leeftijd door een droevig ongeval in Vinkenveen door verdrinking om het leven kwam. Ook broer Wim is jong gestorven, hij werd 63 jaar.

Industriekolen

Naast de huisbrandkolenbranche hadden we ook een behoorlijke omzet in industriekolen voor de kwekers. Ook bij veel winkels bezorgden we de brandstoffen, voor de daar aanwezige ketels. Als het goed winterde, waren de kolen voor de kwekers niet aan te slepen.We hadden verschillende grote kwekers als klant, bijvoorbeeld De Boswoning in Honselersdijk. Daar bezorgden we minstens 500 ton kolen in een seizoen. Ze moesten echter wel allemaal gevaren worden. Dat deden we soms zelf, als we er tijd voor hadden, anders werd het uitbesteed aan de Alblassertjes uit Kwintsheul. De industriekolen die per auto bezorgd werden, moesten eerst gewogen worden. Dat gebeurde bij de Fa. v.d. Bos aan de ’s-Gravenzandseweg. Daar hadden ze een weegbrug, waar veel gebruik van werd gemaakt. Eerst moesten we dan de volle auto wegen en daarna, als hij leeg was, de lege auto wegen. het verschil was dan het juiste gewicht waar de tuinder 2 weegkaartjes van kreeg. (En naderhand vanzelfsprekend de rekening, waar het uiteindelijk toch allemaal wel om ging…)

Sluiting kolenmijnen

Toen minister president De Uil zo hoognodig de kolenmijnen moest sluiten, ging het snel   bergafwaarts met de kolenhandel. De firma van der Valk kon zich enige jaren redden door verschillende andere brandstoffenzaken over te nemen, o.a. de firma Knaap uit Kwintsheul,de zaak van Jac.Scholtes, P.Solleveld uit ‘s-Gravenzande etcetera. Ook is de handel in industriekolen toen snel overgegaan in olie. Door de verenigde kolenboeren is toen de Verolko opgericht, een goed lopende oliegroothandel, waar alle kolenboeren toen lid van werden, maar toen daarna het aardgas kwam, ging het met deze handel ook snel bergafwaarts. Mijn persoontje (Theo) is toen weer op 34-jarige leeftijd naar avondschool gegaan om enigszins nog te redden wat er te redden viel van de zaak. Ik was vroeger een kei in wiskunde, zodoende heb ik gekozen voor een electronica cursus. Dat betekende overdag nog hard werken in de kolen, ‘s-avonds snel wassen en eten, en dan naar Den Haag toe driemaal in de week. Ik slaagde in een jaar tijd voor 2 diploma’s namelijk detailhandel in radio/tv en voor electrowinkelier. Mijn neef Jan, een zoon van mijn overleden broer Wim, was geslaagd voor zijn gasfittersdiploma en al gauw werd er toen aan de Stokdijkkade ruimte gemaakt voor een klein winkeltje, waar op flinke schaal gas- en oliehaarden werden verkocht. (Vele vaste kolenklanten gunden ons wel de verkoop van een gashaard en/of convector). Ook de radio en tv- handel begon toen goed te lopen. Na enige  tijd met een vrije monteur gewerkt te hebben (Dhr. Jaap Dijkhuizen uit Honselersdijk ), werd  er al gauw een vaste monteur(dhr. J.Wessels) in dienst genomen, want hier kan je niet van buiten. De winkel is enige malen flink verbouwd en werd uitgebreid met centrale verwarming, inbouwkeukens en badkamers, die na enige tijd naar de Patijnenburg zijn verhuisd. De afdeling tuinmeubelen werd ook een groot succes. In niet mindere mate was er ook een leuke boterham te verdienen met houtkachels en open haarden. Toen er een flink bod op het pand werd gedaan door een projectontwikkelaar en de grootwinkelbedrijven de kop op kwamen steken, en mijn leeftijd ook een rol ging spelen, is er besloten om met het bedrijf te stoppen. De afdeling huishoudelijke artikelen en alles wat in de keuken thuis hoorde, daar is dochter Marianne mee verder gegaan op het van Tynplein onder de naam “Marianne kookwereld”. (wordt vervolgd)


By on 20:54